Flores > Yaxha
Weer terug in Flores en tóch ook nog maar even naar Yaxha . . .
Ik heb me altijd al afgevraagd hoe er, in onze overbevolkte wereld, tóch steeds weer nieuwe oude dingen ontdekt worden, en we constant op zoek blijven naar steden uit lang vervlogen mythen en sagen. Nu ik hier echter zo rondrij en de uitgestrektheid ervaar, welke om de haverklap onderbroken wordt door een heuvel in de vorm van een pyramide, snapt deze jongen, uit het netjes aangelegde Nederland, het ineens een heel stuk beter. Onder elke heuvel hier kan wel een pyramide, een tempel, of een bijgebouwtje schuil gaan. Als ik niet op vakantie was geweest had ik vast en zeker een schep gepakt, om zo tóch nog eens een beetje naam te kunnen gaan maken voor mezelf, maar helaas . . . ik ben op vakantie.
Ik zat tevens zo mijn dagen eens te tellen, en twijfelde, een aantal rustige uren lang, of ik nog een dagje hier zou blijven rondbanjeren, of dat ik direct alweer door zou gaan naar het Mexicaanse Palenque, om nou eindelijk eens die dekselse tombe van Pacal, met de astronauten afbeelding ‘on top’, in het echt, te kunnen gaan zien.
Ik besloot vervolgens om tóch nog maar een dagje naar het dichtbij gelegen Yaxha te gaan, om de eerdere mislúkte zonsopgang, met een gesláágde zonsondergang, goed te maken. Yaxha is een maya site die niet met Tikal te vergelijken is, zowel in grootte, als in het aantal touristen. Het travellen houdt écht nooit op natuurlijk, dus ging ik maar weer teruh naar ‘Never ending travels’ voor een ticketje Yaxha en nog ééntje extra: ‘out of here’ voor de volgende dag, want het is natuurlijk toch altijd wel weer een keertje wél echt klaar.
Ik kon naar Yaxha alleen een tour boeken, die echter niet heel veel kostte, dus besloot ik deze alleen te gebruiken als transport en, zodra we daar aankwamen, de guide met de rest van de groep te laten voor wat ze waren. Goede keuze, want de guide begon direct luid informatie te brullen, met flauwe grapjes, en vragen aan de aanwezigen, wat zij wel dan of niet dan al wisten van deze site.
Ik nam wat foto’s van de eerste, dus nu nog onbevolkte, pyramide, en maakte dat ik op mijn gemak de rest van het parque in kwam. Hier liep ik dus écht helemaal alleen tussen heuvels door, die óf helemaal, ófwel half, ófwel helemaal nog niet, uitgegraven waren. Sommigen die voor de helft waren uitgegraven, hadden aan de achterzijde, of soms zelfs op de bovenzijde, grote bomen op zich groeien, waarvan de wortels zich wel wreed tussen de grote stenen blokken door móesten wrikken, stelde ik me zo voor.
Tevens als eerste kwam ik bij de grote pyramide, alwaar ik onder aan de trap mijn meditatieve momentje pakte. Ruw werd ik na een minuut of tien door de eerste, doch verontschuldigende, Noord-Amerikaan uit mijn trance gehaald, waardoor ik abrupt weer terug geworpen werd in de vreemde Zuid-Amerikaanse Maya-realiteit.
Toen ik vervolgens van boven aan de pyramide kreten van verrassing, geluk ende verbazing hoorde, ben ik hem maar achterna gegaan. Wat toen volgde kan ik alleen maar omschrijven als ‘adembenemend’, welke ik op dat moment tevens al helemaal niet meer bezat, vanwege het beklimmen van de immense, onregelmatige, afgebrokkelde trap. Dit was toch werkelijk het mooiste uitzicht dat ik ooit had gezien en dat zeg ik niet dagelijks.
Normaal proberen dit soort beschavingen zich altijd een beetje te verbergen, zoals de inca’s hun stad, de Machu Pichu, hadden gebouwd met het steen van de eigen berg zodat het lager uitkwam dan de omgeving, maar vanaf deze pyramide keek je hoog uit over de gehele jungle, en dus ook weer terug, met verderop in de jungle nog een uitstekende tempel, en achterop het Itza meer: Lago Itza.
Een, eveneens loslopend, spaans stelletje kwam mijn enthousiasme bevestigen met wat vreugdesprongen en een geratel aan foto geklik. Ik deed hetzelfde, om vervolgens beneden het wat dichtere en dus wat donkerder wordende woud weer door te lopen naar de rest van de, nu nog touristloze, ruïnes.
Nét nu begonnen de brulapen weer met hun angstaanjagende gebrul, en deze keer vanuit de bomen direct boven me en in een circel om me heen, zonder dat ik nu nog steeds niet precies wist of ze nou net zo groot waren als hun gebrul en net zo blij waren met mij als ik met hun. Mijn verbaasde blijheid verdreef echter al mijn angstgevoelens en mezelf filmend, gelijk Freek Vonk, bleef ik doorgaan . . . een stadsjongen allenig tussen het wilde gebrul:
‘ Wilde dieren ! ! ! ‘
Na de groepszonsondergang op de pyramide, met uitzicht op het meer, ging ik weer voldaan terug naar mijn ‘Posada de la Jungle’ kamer, om me klaar te maken voor de busreis, die me de volgende dag over de grens van Mexico zou voeren.


